SCOT: dé onafhankelijke cliëntondersteuner in Twente!

SCOT in de media: “Pleidooi Twentse cliëntenstichting: gebruik verkiezingen om fouten in zorg te herstellen”

Stichting Cliëntondersteuning Twente

SCOT in de media: “Pleidooi Twentse cliëntenstichting: gebruik verkiezingen om fouten in zorg te herstellen”

ENSCHEDE – Sinds de Twentse gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor jeugdzorg en wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) loopt het niet goed. De Stichting Cliëntondersteuning Twente (Scot) hoopt op reparatie van de fouten. „Na de verkiezingen is een goed moment.”

Josien Kodde 20-12-21, 05:57, foto © Robin Hilberink

Scot behandelde in de afgelopen vijf jaar meer dan 1600 hulpvragen in de regio. Ze komt tot een nogal ontluisterende conclusie. „Het systeem zoals het nu is georganiseerd, werkt niet. De gemiddelde burger kent de weg niet in de zorgwereld. Het lijkt erop dat het gemiddelde raadslid evenmin overziet hoe het systeem werkt”, zeggen Hans Kuipers en Hans Gerard Kuipers van Scot.

Doolhof van zorg

Beiden grijpen terug op jarenlange ervaring in de zorg. De eerste bij MEE Twente, de ander bij Bureau Jeugdzorg. Die twee organisaties bestaan niet meer. Toen in 2015 gemeenten de verantwoordelijkheid voor de Wmo en jeugdzorg op hun bordje kregen, besliste de landelijke politiek dat burgers recht hebben op cliëntondersteuning.

Kuipers en Kuipers richtten Scot op, bedoeld voor Twentenaren die hulp kunnen gebruiken om in het doolhof van de zorg een passend aanbod te vinden. De landelijke politiek besloot in 2015 dat burgers recht hebben op die cliëntondersteuning. Voor de Wet Langdurige Zorg werkt dat volgens Kuipers en Kuipers prima. Er komen doorverwijzingen vanuit het Zorgkantoor. Maar voor de jeugdzorg en Wmo weten gemeenten Scot onvoldoende te vinden, zegt het duo.  

„Alleen de gemeente Oldenzaal schakelt ons in. Andere gemeenten in Twente laten een ambtenaar de taak uitvoeren of ze besteden het uit aan een derde partij. Maar die heeft meestal een subsidierelatie met de lokale overheid. Het is bijvoorbeeld een wijkcoach of een welzijnsorganisatie. Het lijkt wel of men bang is, dat het duurder wordt als wij ertussen zitten. Of dat burgers op verkeerde ideeën worden gebracht.”

Marktwerking

Tegelijk met de decentralisatie, deed de marktwerking zijn intrede. Achteraf geen goed idee, vinden de oprichters van Scot. Het idee dat concurrentie tussen zorgaanbieders de prijs zou drukken, pakt averechts uit. De aanvragen voor bijvoorbeeld jeugdzorg stegen fors. Gemeenten komen geld tekort. Bovendien zijn er wachtlijsten bij specialistische jeugdzorg.

Hans Kuipers

Wij komen aan keukenta­fel regelmatig tot conclusie dat burgers met minder uren zorg toekunnen

Hans Kuipers: „De gemeenten contracteren meer dan 300 zorgaanbieders waardoor een immens administratief circus is opgetuigd. Aan de kant van de zorgaanbieders is een perverse prikkel om zoveel mogelijk uren zorg te leveren. Als wij aan de keukentafel met cliënten hun zorgaanbod doornemen, concluderen we regelmatig dat ze met minder uren toekunnen. Ons advies is om minder contracten te sluiten. Dat maakt het overzichtelijk. Controle houden op de kwaliteit is beter haalbaar. Zo houden ze ook malafide bureaus beter buiten de deur.”

Kuipers en Kuipers vinden het persoonsgebonden budget (pgb) een goed instrument, maar zien dat met name daar de controle faalt. „Die ligt louter en alleen bij de cliënt. Vanuit de overheid vallen pgb-aanbieders buiten elke kwaliteitscontrole en toets op financiën. Je kunt zonder papieren zo een bureau beginnen.”

‘Maak het simpeler’

Scot adviseert een simpeler systeem, met minder aanbieders, op te tuigen. Ze hopen dat politici en bestuurders de durf hebben om hardop te concluderen dat het nu niet werkt. „Is er een gemeente die het aandurft te zeggen dat de jeugd te veel wordt gediagnosticeerd? Bijvoorbeeld bij adhd en lichte vormen van autisme. Daar valt vaak binnen het gezin meer aan te doen dan nu gebeurt.

Het is mogelijk voor gemeenten om met minder zorgaanbieders samen te werken. Er zijn gemeenten in het land die dit al doen. Ze bepalen ook een budgetplafond. Een aanbieder krijgt een bedrag voor het aanbieden van zorg in een bepaalde periode. Daar moeten ze het mee doen.”